De cursus | theoretische achtergrond
Bij het opbouwen van een vocabulaire (woordjes en uitdrukkingen leren) wordt gewerkt volgens de aanbevelingen van Denninghaus 1, Schouten-van Parreren 2 en Carpay 3. Denninghaus onderscheidt een reŽle woordenschat (woorden die men al kent) en een potentiŽle woordenschat (woorden die men toch wel begrijpt zonder ze ooit tegengekomen te zijn). Hoe meer herhaling van onbekende woorden, hoe groter de kans dat ze worden opgenomen in de reŽle woordenschat. Ook beveelt hij aan meer te gaan werken met de zgn. internationale woorden (woorden als president, horizon, arriveren, tomaat, journalist, enz.).

Schouten-van Parreren wil nieuwe woorden steeds aanbieden in een context (samenhang), waarbij de leerling naar de betekenis van het onbekende woord moet raden alvorens dit op te zoeken. Haar onderzoekingen hebben aangetoond dat het systeem van eerst raden het onthouden bevordert en het vergeten tegengaat.

Carpay wil onbekende woorden aanbieden volgens de formule 4+1+1+1. Elk nieuw woord of elke nieuwe uitdrukking zou in de eerste les 4 x moeten voorkomen, daarna in de volgende drie lessen steeds 1 x . Een dergelijke herhaling, zo geeft hij toe, is moeilijk te realiseren.

De cursus volgt bovenstaande principes door
- het aanbieden van internationale woorden, reeds vanaf de eerste lessen.
- het geven van oefeningen waarbij naar de betekenis geraden wordt.
- het werken met de formule 4+1+1+1.

De methode Carpay wordt in de lessen consequent toegepast en is een succes gebleken. Nieuwe woorden worden steeds in een context (tekst, dialoog, oefening, etc.) aangeboden en herhaald volgens zijn formule, die toch wel te realiseren is.
 

1 Denninghaus, F. Der kontrollierte Erwerb eines potentiellen Wortschatzes im Fremdsprachenunterricht, in: Praxis des neusprachlichen Unterrichts, 1976, blz. 3-14.
2 Schouten-van Parreren, C. Woorden leren in het vreemdetalenonderwijs, Van Walraven, Apeldoorn, 1985.
3 Carpay, J.A.M. Onderwijs-leerpsychologie en leergangontwikkeling in het moderne vreemde-talenonderwijs, Utrecht, 1975.